Berglaan, Wandelpark VVV (Reidingpark) 1934 [Hoofd-afbeelding 158 van 339]  :: Ga naar  


In het boek ‘De opkomst van het vlek Dragten in de provincie Friesland’ (J.G.van Blom, 1840) staat op pagina 24:

“In het jaar 1738 werd Dragten versierd met een Slot of Heerenhuis, aan den Zuider-lijkweg, hetwelk aldaar gesticht werd door den heer Cornelis van Haersma, Kolonel Commandant van een regiment Infanterie. Dit slot, dat met zijne singels, door hoge beuken en eiken belommerd, langen tijd voor Drachtens ingezetenen aangename wandeldreven opleverde, werd, tot ons leedwezen, in 1826 afgebroken. Tot onze blijdschap daarentegen, is hetzelve tegenwoordig door een schooner en met smaakvoller aanleg, op eene andere plaats, vervangen. De Baron M.P.D. Van Harinxma thoe Slooten, Grietman van Smallingerland, heeft het verlies, door Dragten in 1826 geleden, in 1837 dubbel vergoed”

Op de ‘Kaart van Dragten en omstreken in de Grietenij Smallingerland’, in 1840 uitgegeven door W. Eekhoff, Leeuwarden en afgedrukt op de pagina’s 12 en 13 van Smelnes Erfskip uitgave nr. 12 april 2007, ziet u dit slot van grietman Van Harinxma thoe Slooten naast het pand van de familie Reiding gesitueerd. In het Notarieel archief van beide Drachtster notarissen wordt vermeld dat in 1831, onder nummer NAD 32.038 nr. 3527, de verkoop heeft plaatsgevonden van ‘een vruchtbaar stuk land mede in de Zuiderdragten, ten oosten van het vorige perceel, de woning van de familie Reiding, gedeeltelijk tot tuinen en overigens tot wandelbosje aangelegd, voorzien van een berg, een uitmuntend uitzicht over de dorpen Drachten opleverende’.

Het park met de berg was er dus in 1831 en staat op de oudste kadasterkaarten (1832) ingetekend.Dat het park met de berg er al veel eerder was wordt aangetoond bij lezing van een verslag van het familieberaad tussen Sytse Fokkes Reiding en zijn vier kinderen Anna Catharina, Fokke, Aan en Eduardina. Sytse Fokkes Reiding was op 18 juli 1821 bij het overlijden van zijn echtgenote Hebbeltje Feenstra weduwnaar geworden waarna familieberaad moest worden gehouden over de afhandeling van de nalatenschap die ‘bestond uit een huis met twee kamers en een varkenshok, waarachter een schuur met 8 koe- en 4 paardenstallen, op nummer 78 te Zuiderdrachten. Aan de voor- en achterzijde een tuin met bomen en bosschages, waarop een berg met de daarop staande koepel, ter grootte van 3 bunder. Verder twee stukken weiland ter grootte van 4 bunder’.

Het huis van de familie Reiding (daar is nu de beleefbibliotheek (2007)) was onlosmakelijk verbonden aan het park. Direct aan de zuidkant van het pand stond een groot toegangshek, met daar daarachter een lange laan doorlopend tot aan de middenvijver, om vervolgens over te gaan in het bos met in het midden de berg. Sytse Fokkes Reiding, van 1788 tot 1798 en van 1799 tot 1830 secretaris van Smallingerland had er zijn domicilie. Later woonde in het huis aan het Zuid zijn zoon Fokke Sytses, die van 1831 tot 1868 secretaris en van 1868 tot 1886 burgemeester van Smallingerland was. Na het overlijden van Fokke Sytses bewoonden zijn ongehuwde dochters Hebbeltje (1831-1900) en Eleonora (1837-1915) het herenhuis nog verscheidene jaren.

Als nieuwe eigenaar heeft notaris mr. J.F.de Jong Posthumus na 1915 een grondige verbouwing aan het pand laten uitvoeren en het huis uitgebreid met een notariskantoor. Na het overlijden van de notaris in 1941 kreeg het ‘huis met het park’ een belangrijke plaats binnen de Drachtster katholieke gemeenschap. Het heeft onderdak gegeven aan ongehuwde mannen en kreeg in 1943 de naam R.K. Verpleeghuis ‘Sint Jozef’. Onder leiding van nonnen heeft het op bescheiden schaal enkele jaren dienst gedaan als kraamkliniek. Na de komst van het protestant ziekenhuis in Drachten werd het gebouw bestemd voor opvang van geestelijk en lichamelijk gehandicapten, als voorloper van ‘Maartenswouden’.

Ook het park heeft zijn eigen geschiedenis. Zeker is dat Sytse Fokkes Reiding verantwoordelijk is geweest voor het graven van de gracht rondom en een vijver in het park. De vrijgekomen aarde werd gebruikt om de berg op te werpen. De tuin rijkelijk voorzien van bomen en struikgewas. Voor het werken aan de berg ontvingen de arbeiders een dagloon van vier cent. In een later stadium is boven op de berg een koepeltje geplaatst. Dat de plaatselijke bevolking de werkzaamheden met gemengde gevoelens heeft gade geslagen blijkt uit het destijds door de jeugd gezongen versje:


Drachten is een vleck,
Reiding is een gek
Hij laat hoge bergen maken
Toch kan hij niet de hemel raken.


In het westelijke deel van het park zijn wel samenkomsten, muziekuitvoeringen en een enkele keer een openluchtspel gehouden. De Drachtster Vrijzinnig Christelijke Jongeren Bond speelde op 15 september 1933 in het park een toneelbewerking van het bekende verhaal ‘De burgers van Calais’, onder leiding van ds. D. Bakker. Voor circa twaalfhonderd bezoekers die volgens het krantenverslag ‘ten zeerste hebben genoten’. In 1933 huurde de plaatselijke V.V.V. ‘de groote tuin met berg, vijver en gracht aan de Berglaan, eigen aan den Heer Mr. J.F. de Jong Posthumus’ voor de tijdsduur van vijf jaar, om het vanaf 1 april 1934, tegen betaling voor publiek open te stellen. Is het een succes geweest? De V.V.V. verkocht in 1936 slechts 245 dagkaarten en 26 seizoenkaarten. Resultaat, een exploitatieverlies van f. 366,48.

De toestand van het park verslechterde gedurende de oorlogsjaren. De Drachtster Courant berichtte daarover: ‘Vooral in de laatste jaren van de bezetting heeft het bomenbestand uiteraard sterk geleden onder de verklaarbare drang der Drachtsters, zich op de toen meest geëigende wijze van brandstof te voorzien’. In juni 1959 kocht de gemeente Smallingerland het ‘parkje met de berg, ‘voor een prijs van circa één gulden per vierkante meter van de R.K. Stichting Drachten. Ir. H. Otto, landschapsarchitect van de gemeente, ontwierp daarna een plan tot verbetering van het park, nadrukkelijk gericht op het behoud en onderhoudsvriendelijk maken van de berg. Op de gemeentelijke begroting werd hiervoor f. 51.475, -- beschikbaar gesteld. In 1922 kreeg het pad langs de zuidkant van het park de naam: Berglaan, naar de berg in het naastliggende park. In 1937 werd de naam gewijzigd in Burgemeester Reidinglaan en in 1939 weer veranderd in Reidinglaan. Bij raadsbesluit van 7 november 1957 werd de naam van de weg opnieuw Berglaan. Tegelijk vond men toen dat de naam van de vroegere burgemeester Reiding in ere moest blijven en werd het voorstel zijn naam aan het park te verbinden aanvaard. Met de realisatie van het Raadhuisplein en omgeving in 1968 werd het fraaie herenhuis (toen Burgemeester Wuiteweg 1) afgebroken en het achterliggende park niet alleen door De Drift doorsneden maar ook aanmerkelijk kleiner gemaakt. Daarmee verdween toen niet alleen een prachtig pand in Drachten maar ook een monumentaal huis dat jarenlang een belangrijke plek in de plaatselijke geschiedenis had ingenomen.

Zie ook pagina: "Burg. Wuiteweg, Zuiderbuurt 1910" op deze site.

Bronnen :
‘Drachtster Namen, toponymie van Drachten’ (Jolt Oostra Rzn, 1997)
‘Familieboek Reiding’ (Dirk Reiding, 1979)
‘Bewoners van Smallingerland in vroeger jaren’ (Han Hietkamp)
‘De opkomst van het vlek Dragten in de provincie Friesland (J.G. van Blom)
'Reidingpark.nl'


plm. 1957
Ingang V.V.V.wandelpark (Drachtster berg), 1937.
plm. 1934
1936


Uit de Drachtster Courant van 19 september 1958, door Gjalt Kootstra:

Reidingpark werd aangelegd in de tijd van Napoleon

”Hoe kinne jim nou sokke leugens skriuwe”, zegt de 71 jarige Gjalt Kootstra van de Berglaan in Drachten. ” De Drachtster berch soe sa úngefear húndert jier áld wéze? Hoe komme se derby . Dy is folle álder, meneer. En hij rekent ons voor, dat het inderdaad zéker een halve eeuw langer geleden is dat S. F. Reiding de berg in het parkje liet ontwerpen. Us heit syn beppe fortelde wolris dat doe ’t hja san lyts famke wie hie h’r heit forteld dat hy hie meiholpen oan it wurk oan de berch. Us beppe wie in lyts famke yn de tijd fan Napoleon. Se wenne doedestiids op é Baggelpölle (dy is der nou fansels net mear, mar dér hawwe eartiids hûzen stien) en se wist ek noch dat de Drachtster jongkeardels troch Frânske soldaten meifierd waerden, fêstboun oan de sturten van de hyns. ” Haha, petite”, sei sa’n frjemde huzaer noch tsjin har. Us beppe wie dus sa’n pjut doe’t Napoleon hjir de baes wie – rekkenje no mar út!” Inderdaad, de feiten in dit verhaal van de heer Kootstra dwingen respekt af!

Dames Reiding veranderen testament….
Als wij ”logen”, onlangs in onze krant in een artikel over het parkje-met-de-berg (nu formeel nog : ”parkje van Rome” ) deden wij dat in commissie. Het gedenkboek ”Smellingeraland” noemt – bij navraag bleek ons: waarschijnlijk op gezag van de ”Lezing over Drachten” door J. Zoovele – als het jaar waarin de berg werd opgeworpen 1835 ”of daaromtrent”. Aan de hand van de stukken echter kon niemand tot dusver het jaar precies aangeven. ”Ik ha wol hiele skoften mei meneer Laverman sitten te praten, mar dy sei ek altyd: stikken binne der netfan” vertelde de heer Kootstra ons. Met zijn familie tijdrekening schiet hij, via zijn overgrootmoeder en haar vader, waarschijnlijk in de roos.

Sytse Fokkes Reiding moet dus de stichter van de berg zijn geweest. Wie weet, hoeveel Drachtster arbeiders er dag in dag uit in de slappe tijd kruiwagens vol modder voor omhoog hebben gekruid. S. F. Reiding was hier in de Franse tijd eerst gemeentesecretaris, later ”mai…. burgemeester. Sytse Fokkes Reiding woonde naar men mag aannemen in het statige gebouw dat later zijn zoon mr. Fokke Sytses Reiding tot burgemeesterswoning diende, thans het st. Jozefverpleeghuis. Aan deze vroegere burgemeester zou dan ten onrechte de ”schepping” van de berg zijn toegeschreven. De heer Kootstra, wiens mededelingenzeker betrouwbaar zijn is overigens niet voor niets de zoon van wijlen Klaas Kootstra die lange jaren tuinman bij de ”dames Reiding” is geweest. Die dames, twee halfzusters, volgden wijlen burgemeester Reiding (overleden in 1886) op als bewoners van het deftige huis aan de huidige Burgemeester Wuiteweg met het grote park daarachter.

Zonderlinge dame
De familie-overlevering wil, dat er achter in het park, op een eilandje tussen vijver en berg, heel vroeger nog een huisje heeft gestaan waarin een ”zonderlinge dame” woonde. Deze dame verliet dat huisje nimmer, zo wordt er verteld. Een dienstbode bracht haar ”har wiet en droech”. Wat daar van waar is? In ieder geval herinnert de heer Kootstra zich nog best de nu goeddeels verdwenen glorie van het parkje. ”It docht my sear as ik der nou ris in inkelde kear ynkom” zegt hij. Hwat ha se dat enich-moaije park omkomme litten! En dan moatte jo it kend hawwe lykas ik: mei swiere stambeammen, alle kreas opsnoeid en de paden oanklaud em allegearre. Hwat wie it dér dan prachtich en fredich. Sneintomoarns mocht ik wol gauris even oer de planke stappe en kuijerje oer de paden. Wy ha hjir ommers al sa lang wenne,fuort efter de berch. Die dames Reiding - de oudste overleed in 1915 – hebben dus goed op het parkje gepast. Ze lieten ook bezoekers toe, op verzoek we as ”it fatsoenlike minsken wiene”. Er was zelfs gelegenheid, om bij zo’n bezoek de handtekening te plaatsen in het gastenboek. In die tijd stond er op de berg ook nog de hechte koepel, van degelijk Amerikaans grenenhout, die later ook aan vernielende handen , bij gebrek ook aan voldoende bewaking, ten slachtoffer is gevallen. De overlevering weet nog dat er rond die koepel een ”stelling” was gebouwd, net als bij een molen. Vandaar had men een nog mooier uitzicht over Drachten dan staande op de top van de berg het geval was.

Jeugd van toen.
Ja, die vernielzucht!. Het mag de Drachtster tot hun troost gezegd worden: de jeugd van toen was ook allerminst van vandalistische smetten vrij. Tuinman Klaas Kootstra echter was een geducht bewaker. En als het nodig was sprong de veldwachte bij, want de dames Reiding stonden met huns vader opvolger, burgemeester Tresling, op goede voet. De jonge Gjalt, zoon van de tuinman, moest soms in de avond nog wel eens om politionele versterking uit. Maar toen hij opgroeide wees hij een aanstelling tot ”onbezoldigd veldwachter” resoluut van de hand. ”Ik koe net altyd foar lampe-opstekkerstiid thûs wêze en ik woe yn donker net in reis hawwe fan de iene of de oare” zegt hij. ”mar as se ús heit seagen, dan bizen se!” Wie weet, was het park dan van de dames Reiding na hun dood wel gemeente-eigendom geworden, gratis voor niks en niemandal, als… Er wordt namelijk beweerd dat hun testament voorzag in een dergelijke schenking, maar toen burgemeester Bruin Slot de heer Tresling opvolgde, zou dat testament al spoedig gewijzigd zijn, want de dames waren niet zo Bruin Slotterig… Ze bleven echter een stok achter de deur houden als deze magistraat hun niet naar genoegen bejegende, want dan dreigden ze, de gemeentelijke brandput die met hun toestemming in hun tuin was gemaakt te zullen afsluiten. Het familiebezit van de Reidings op deze plek omvatte volgens oude verhalen niet alleen de deftige huizinge, het parkje en de berg, maar ook een paardenstal. De paarden die men bezat werden gedrenkt in het ”Hynstegat”: de naam van de brede poel aan de noordwestelijke rand van het parkje. En in de diepe vijver zwommen paling, snoek en ”múdhoun”. Dat allles vormde over een oppervlakte van een bunder of drie een patriarchaal bezit in een stijl, bijzonder goed passend in het beeld van de oude tijd.

Toen notaris mr. J.F. de Jong Posthumus na de dood van de dames Reiding het huis ging bewonen heeft hij naderhand het parkje met de berg verhuurd aan V.V.V.. Het deed toen dienst als wandelpark en enkele malen werden er ook openluchttoneelvoorstellingen gegeven. Aan zo’n toneelvoorstelling herinnert de foto die wij hierbij plaatsen en die precies een kwarteeuw geleden werd genomen. (helaas niet meer te zien)

Op 15 september 1933 speelde de Drachtster V.C.J.C. onder leiding van wijlen ds. D. Bakker namelijk een toneelbewerking van het bekende verhaal van ”De burgers van Calais” Er was veel publiek – circa 1200 bezoekers- die ook volgens de toenmalige krantenvers lagen ten zeerste hebben genoten. Toch heeft zich in het parkje geen openluchttraditie weten te vormen, maar de medespelres van de ”De burges van Calais” en van andere – ook Friese - stukken van toen zullen zich ongetwijfeld met genoegen deze gebeurtenissen herinneren. Dat is zeker het geval met de heer J. Doller, die ons deze foto afstond. Met zijn hulp was het ons mogelijk, tal van Drachtsters op de foto te herkennen: ds. Bakkker bijvoorbeeld in de rol van burgmeester, de heer Doller zelf in die van bisschop, terwijl als ”burgemeester” (niet van Calais) de heer J.H. van den Ham, technischmedewerker, terzijde staat. Een uitvoerige opsomming van de rolbezetting heeft overigens weinig zin: de kennissen zoeken elkaar erwel uit en de overigen kunnen zich mét hen verwonderd afvragen hoe het mogelijk was , destijds voor een toneelopvoering zoveel Drachtsters bijeen te brengen. De overdracht van het Reidingparkje door de huidige eigenares, de r.k. stichting Drachten, aan het gemeentebestuur, zal naar wij vernemen thans zeer binnenkort ook formeel zijn beslag krijgen. Zoals gemald heeft het gemeentbestuur inmiddels aan een tuinarchitect opdracht gegeven, een beplantingsplan voor het parkje – straks ook waarschijnlijk weer een openbaar wandelpark- te maken. In die zin echter, dat het huidige karakter van de beplanting enzovoorts zo veel mogelijk gehandhaafd blijft. Het plan heeft momenteel het gemeentebestuur nog niet bereikt.


plm. 1944
Reidingparkje, 7 oktober 1974
Op de achtergrond o.a. kleuterschool 'De Blokkendoos' 1960
foto: Erik Korthof
1957

  Vorige hoofd-afbeelding      Overzichtspagina      Volgende hoofd-afbeelding